Survey™ Project Webform

Iedereen heeft een eigen kijk op zijn hond, een eigen stijl van opvoeden. Wageningen Universiteit onderzoekt hoe mensen naar hun hond kijken en of dit invloed heeft op het dier en de relatie daarmee.



Hebt u een hond die u vanaf de puppytijd (jonger dan 16 weken) heeft en waar u de meeste zorg voor draagt (u voert, laat uit, zorgt voor opvoeding voor de helft van de tijd of meer)? Dan nodigen we u van harte uit deel te nemen. De vragenlijst bestaat uit twee delen. Het eerste deel vraagt ongeveer vijf minuten van uw tijd. Hiermee helpt u het onderzoek al enorm. Heeft u zelfs ongeveer 15 minuten ter beschikking, wilt u dan het tweede deel ook invullen? 

Ga vlot door de vragenlijst. Volg uw gevoel en sta niet lang stil bij een vraag. Er zijn geen goede of foute antwoorden! Wanneer u meerdere honden bezit, neem dan één hond in gedachten en vul de vragenlijst in op basis daarvan.

Gegevens worden alleen voor het beschreven onderzoek gebruikt, dienen geen commerciële doeleinden en worden niet aan derden ter beschikking gesteld.

o Via [Volgende pagina] en [Vorige pagina], onderaan de pagina, kunt u wisselen tussen de 2 pagina’s.
o Aan het einde van pagina slaat u de gegevens ook op door op [Verzenden] te klikken.

Fijn dat u deelneemt aan dit onderzoek, bij voorbaat dank voor uw tijd! (Wanneer u kans wilt maken op de cadeaubonnen die worden verloot onder de deelnemers van de lange vragenlijst, vult u dan uw e-mailadres in?) We adviseren u de enquête in te vullen op een gewone computer, niet op een tablet, vanwege de grootte ervan (laadtijd kan op een tablet leiden tot verlies van uw ingevoerde gegevens).

1. 

Voor het onderzoek is het belangrijk gegevens te labellen. Uw postcode in combinatie met de roepnaam van de hond (waarvoor u het onderzoek invult) vormt dit label. Vult u ze hieronder in? 

Postcode
Roepnaam hond
2. 
Zorgt u de helft van de tijd of meer voor de hond waarvoor u de vragenlijst invult?
3. 
Hebt u de hond vanaf de puppytijd (jonger dan 16 weken)?
4. 
Wat is uw geslacht?
5. 
Wat is uw hoogst afgeronde opleiding?
6. 
Wat is uw leeftijdscategorie? 
7. 
Uit hoeveel volwassenen (18 jaar en ouder) bestaat uw huishouden (inclusief uzelf)?
8. 
Uit hoeveel kinderen bestaat uw huishouden?
9. 
Hoeveel honden heeft u?
10. 
Hoe tevreden bent u over uw hond?
Heeft u meer honden? Neem dan één hond in gedachten voor alle(!) vragen die nu volgen.
11. 
Wat is het geslacht van uw hond, en is deze intact of geholpen (gecastreerd/gesteriliseerd)? 
12. 
Wat is het ras van uw hond?
Met "Mix" kunt aangeven dat het geen zuivere rashond is.

13. 
Heeft uw hond een stamboom (certificaat)?
14. 
Wat is het gewicht van uw hond?
(enkele rassen staan als richtlijn tussen haakjes, gebaseerd op gemiddeld gewicht van het ras)
15. 
Waarom heeft u een hond aangeschaft?
meerdere opties mogelijk
16. 
Wat is de leeftijd van uw hond?
17. 
Hoe oud was de hond toen u deze kreeg?
18. 
Kunt u aangeven hoeveel eerdere eigenaren de hond heeft gehad (dus buiten uzelf en de fokker)? Komt uw hond uit een asiel, dan mag u er van uitgaan dat er een vorige eigenaar is geweest (de herplaatsingsorganisatie zelf telt niet mee).
19. 
Hoe bent u aan uw hond gekomen?
20. 
Hoe vaak is uw hond in huis (dus niet in buitenkennel, in tuin, op erf) als u binnen bent? 
21. 
Hoeveel tijd op een dag brengt u door met uw hond (wandelen, spelen, verzorgen)?
22. 
Is uw hond verzekerd tegen dierenartskosten?
23. 

Hoe beoordeelt u de conditie van uw hond op een schaal van 1  = extreem mager tot  9 = extreem overgewicht? Om uw beoordeling te maken, kunt u onderstaande afbeeldingen en beschrijvingen gebruiken.

1- Ribben, lendenwerveluitsteeksels, bekkenbeenderen en alle andere benige structuren zijn zelfs op afstand duidelijk zichtbaar. Geen waarneembaar lichaamsvet. Zichtbaar verlies van spiermassa

2 - Ribben, lendenwerveluitsteeksels en bekkenbeenderen zijn goed zichtbaar. Geen vetlaag voelbaar. Overige benige structuren zijn hier en daar zichtbaar. Gering verlies van spiermassa.

3 Ribben zijn gemakkelijk te voelen, dragen geen vetlaag en kunnen (afhankelijk van vachttype) zichtbaar zijn, net als de uiteinden van de lendenwerveluitsteeksels. Tevens beginnen bekkenbeenderen zichtbaar te worden. Duidelijke taille en een sterk oplopende buiklijn.

4 Ribben zijn goed te voelen onder een uiterst dunne vetlaag. Taille is van bovenaf goed zichtbaar evenals de sterk oplopende buiklijn (van opzij bezien).

5 Ribben zijn voelbaar onder een dunne tot matig dikke vetlaag. Achter de ribben is de taille van bovenaf zichtbaar. Van opzij bezien is de buiklijn duidelijk oplopend.

6 Ribben zijn nog te voelen onder een iets te dikke vetlaag. Taille is nog net zichtbaar van bovenaf gezien. Buiklijn is nog matig oplopend.

7 Ribben zijn met moeite te voelen onder een dikke vetlaag. Duidelijke vetaanwas in de lendenstreek en rond de staartbasis. Taille is niet of nauwelijks zichtbaar. Buiklijn is soms nog net of net niet meer oplopend.

8 Ribben zijn niet meer te voelen onder de zeer dikke vetlaag of slechts na diep doortasten. Sterke vettoename in de lendenstreek en rond de staartbasis. Taille is afwezig. Buiklijn is niet meer oplopend; mogelijk is er zelfs een toename van de buikomvang waarneembaar.

9 Massieve vetaanwas op de borstkas, de wervelkolom en rond de staartbasis. Tevens is vettoename in de nek en de ledematen te constateren. Taille is afwezig. Geen oplopende buiklijn meer en er is een duidelijke toename van de buikomvang waarneembaar.

- dit Body Condition System is ontwikkeld in het Nestlé Purina Pet Care Center

24. 
De volgende stellingen gaan over hoe u uw hond begeleidt en naar hondenbezit kijkt. Denk niet te lang na, ga op uw eerste gevoel af. (Er zijn geen goede of foute antwoorden.) Hoe vaak is onderstaande op u van toepassing? Nooit (1), soms (2), neutraal (ongeveer de helft van de keren, 3), meestal (4), altijd (5).
 
Waar ‘hij/ hem’ staat kan uiteraard ook ‘zij/ haar’ gelezen worden.
1 Nooit2345 Altijd
Ik corrigeer mijn hond middels ‘time out’ en door weg te lopen als hij zich misdraagt, ook als hij de situatie waarin hij zich bevindt, ongemakkelijk vindt.
Ik dreig met straf richting mijn hond, maar voer het niet daadwerkelijk uit.
Ik heb het leuk met mijn hond.
Ik laat mijn hond weten hoe ik denk over goed en slecht gedrag van hem.
Ik straf door speeltjes van mijn hond af te pakken.
Ik toon respect voor de behoeften van mijn hond door hem aan te moedigen ‘hond’ te zijn.
Ik verwen mijn hond.
Ik vind het moeilijk om mijn hond te corrigeren.
Ik sta toe dat mijn hond mijn besluiten beïnvloedt, bijvoorbeeld wat betreft de route tijdens de wandeling.
Ik buig ongewenst gedrag van mijn hond om naar meer gewenst gedrag.
Ik oefen gedrag stap voor stap met mijn hond, zodat ik zeker weet dat hij begrijpt wat ik van hem vraag.
Ik verhef mijn stem als mijn hond zijn gedrag moet verbeteren.
Ik houd voorkeuren van mijn hond in gedachten als ik plannen maak.
Ik denk na over regels die ik mijn hond opleg.
Ik prik met mijn vinger, of geef een kort schopje als mijn hond zich misdraagt. Zo haal ik hem uit het gedrag.
Ik help mijn hond inzien wat het gevolg is van zijn gedrag, door hem keuzes te geven in situaties.
Ik moedig mijn hond aan ‘hond’ te zijn, ook als het leidt tot een vieze of natte hond.
Ik zet dreigen in als straf, zonder noodzaak te voelen tot rechtvaardiging richting mijn hond.
Als ik mijn hond iets vraag, moet hij dat doen, omdat ik het zeg en ik de baas ben.
Ik ben toegeeflijk richting mijn hond als hij scène maakt (blaft, uitvalt), of iets niet doet wat ik wil.
Ik dreig vaker naar mijn hond dan dat ik echt een correctie geef.
Ik houd rekening met de gevoelens en behoeften van mijn hond.
Ik kan in woede uitbarsten richting mijn hond als hij iets doet waarvan hij weet dat ik dat niet wil.
Ik moedig mijn hond aan zijn gemoedstoestand te tonen, zo mag hij grommen bij ongemak.
Ik troost mijn hond als hij overstuur is.
Ik prijs mijn hond als hij iets goed doet.
Ik pak mijn hond beet als hij ongehoorzaam is.
Ik oefen bepaald gedrag met mijn hond, voordat ik dat gedrag vraag in een voor de hond moeilijke situatie.
Ik scheld en heb kritiek als het gedrag van mijn hond niet voldoet aan mijn verwachtingen.
Ik houd de wensen van mijn hond in gedachten voordat ik hem vraag iets te doen.
Ik gebruik een corrigerende tik als mijn hond zich misdraagt.
Ik zet een beloning in (voer/speeltje) als mijn hond echt iets moet doen.
Ik gebruik fysieke (lichamelijke) correcties (bijvoorbeeld een tik of een slipketting) als een manier om het gedrag van mijn hond te verbeteren.
Ik roep of schreeuw als mijn hond zich misdraagt.
25. 
Hoe vaak zijn onderstaande stellingen van toepassing op u en uw hond?
(Bijna) nooitMinstens 1 keer per maand1 keer per week2 tot 3 keer per weekMinstens 1 keer per dag
Hoe vaak speelt u met uw hond?
Hoe vaak neemt u uw hond mee als u op visite gaat?
Hoe vaak geeft u uw hond snoepjes?
Hoe vaak geeft u uw hond een kusje?
Hoe vaak neemt u uw hond mee in de auto?
Hoe vaak koopt u “cadeautjes” voor uw hond?
Hoe vaak vertelt u uw hond dingen die u aan niemand anders vertelt?
Hoe vaak weerhoudt uw hond u ervan dingen te doen die u graag zou doen?
Hoe vaak knuffelt u met uw hond?
Hoe vaak is uw hond bij u wanneer u ontspant, bijvoorbeeld tijdens televisie kijken?
Hoe vaak verzorgt u de vacht van uw hond?
Hoe vaak heeft u het gevoel dat het verzorgen van uw hond een vervelende taak is?
Hoe vaak heeft u het gevoel dat het houden van een hond meer moeite kost dan dat het waard is?
26. 
In hoeverre zijn onderstaande stellingen van toepassing op u en uw hond? 
1 - Heel erg mee oneens2 - Mee oneens3 - Neutraal4 - Mee eens5 - Heel erg mee eens
Ik zou mijn hond graag altijd bij me hebben.
Als iedereen me zou verlaten, zou mijn hond er nog voor me zijn.
Mijn hond heeft altijd aandacht voor mij.
Mijn hond maakt te veel rommel.
Het is vervelend dat mijn hond me weerhoudt van dingen die ik deed voordat ik hem/haar had.
Er zijn belangrijke aspecten die ik niet leuk vind aan het houden van een hond.
Mijn hond kost te veel geld.
Mijn hond helpt me door moeilijke tijden.
Mijn hond is er voor me wanneer ik getroost moet worden.
Mijn hond biedt me altijd gezelschap.
Mijn hond geeft me een reden om ’s ochtends op te staan.
Ik zou willen dat mijn hond en ik nooit gescheiden zouden zijn.
Het is vervelend dat ik soms plannen moet wijzigen vanwege mijn hond.
27. 
Wat is op u van toepassing?
1 - Helemaal niet moeilijk2 - Niet moeilijk3 - Neutraal4 - Een beetje moelijk5 - Heel erg moeilijk
Hoe moeilijk is het voor u om voor uw hond te zorgen?
Hoe erg zou het voor u zijn als uw hond sterft?
28. 

Heeft u nog tijd voor deel 2 van de enquete over het gedrag van uw hond? Fijn! [klik de knop - Volgende Pagina]

Om naar het einde van de enquete te gaan, klik "Stoppen met de Enquete" aan en daarna op [Volgende Pagina
Om te stoppen aub aanklikken en daarna op de knop volgende pagina drukken.